Aalst verhoogt belastingdruk niet, 10% van de Vlaamse gemeenten doen dit wel

Recent nieuws

Uit een rondvraag van VVSG blijkt dat 1 op de 10 gemeenten in Vlaanderen hun tarieven voor de opcentiemen of de personenbelasting hebben verhoogd. Centrumsteden als Genk of Leuven horen daarbij, maar ook dichterbij huis is dat gebeurd in Denderleeuw, Lebbeke of Asse. Schepen van Financiën Matthias De Ridder (N-VA) verduidelijkt: “Aalst hoort hier inderdaad niet bij: onze tarieven blijven ongewijzigd om de belastingdruk gelijk te houden”.

dinsdag 4 februari 2020

Aquatopia-tekenwedstrijd: “Drie klassen mogen de glijbanen komen uittesten”

4 oktober 2022

Aquatopia helemaal klaar op 17 december: “Een waar speelparadijs voor kinderen”

27 september 2022

Infosessie over ‘Move In & Out’: “Sportclubs begeleiden kankerpatiënten met revalidatie”

25 september 2022

Het Melkhuisje krijgt meer mogelijkheden

22 september 2022

De meest frappante stijging is te vinden in Niel. Men heeft daar de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) – de belasting op uw woonst gebaseerd op het kadastraal inkomen – opgetrokken met maar liefst 60%. De oorzaak daarvoor is te vinden in de vaststelling dat in Niel vroeger vele kleine huizen te vinden waren, waardoor het KI van vele gebouwen laag ligt en de gemeente bijgevolg minder inkomsten uit de OOV haalt dan andere gemeenten.
Ook in Aalst kennen we een gelijksoortige situatie door ons industrieel verleden. Indien de inkomsten uit de OOV voor Aalst hetzelfde niveau zouden bereiken als het gemiddelde van de Vlaamse centrumsteden, dan zouden we 16% meer ontvangen uit deze belasting, of maar liefst €4,5 miljoen op jaarbasis. Desondanks blijft het tarief in Aalst ongewijzigd, wat ons fiscaal gezien inderdaad een interessante stad maakt om in te wonen.
Schepen van Financiën De Ridder licht die keuze toe: “We zijn met het nieuwe meerjarenplan zeer ambitieus voor onze stad. Dat vergt inderdaad voldoende inkomsten en die komen voor een stad voornamelijk uit belastingen. Hogere belastingen zijn voor mij echter niet het antwoord als we middelen moeten zoeken. Daarom hebben we deze middelen dan ook in de eerste plaats vrijgemaakt binnen de werking van de stad zelf en door het vermarkten van leegstaande gebouwen. Zo creëren we een maximaal resultaat voor de burger zonder de belastingdruk te verhogen.”