Dag van de eindelijk terug Arbeid

Op 1 mei zou de horeca eindelijk terug open mogen. Voor het eerst sinds 19 oktober – meer dan een half jaar later – krijgt de sector de toelating om opnieuw klanten te bedienen. Mijn hart maakte een dubbele sprong bij het horen van dit nieuws. Als horeca-uitbater ben ik verheugd eindelijk weer mijn zaak te kunnen openen en samen met het personeel onze dagelijkse passie terug te kunnen beleven: mensen gelukkig maken met lekker eten en drinken. We zijn allemaal een beetje Bourgondiër, niet waar?...

6 maart 2021

Dag van de eindelijk terug Arbeid

Verstandig begroten werpt maatschappelijke vruchten af

14 juni 2022

Gemeentefusies: op zijn minst het bekijken waard

25 april 2022

Begrotingsbeleid krijgt klappen in België

11 april 2022

Voordeel hervorming energiefactuur blijft integraal voor u

12 juli 2021

Op 1 mei zou de horeca eindelijk terug open mogen. Voor het eerst sinds 19 oktober – meer dan een half jaar later – krijgt de sector de toelating om opnieuw klanten te bedienen. Mijn hart maakte een dubbele sprong bij het horen van dit nieuws. Als horeca-uitbater ben ik verheugd eindelijk weer mijn zaak te kunnen openen en samen met het personeel onze dagelijkse passie terug te kunnen beleven: mensen gelukkig maken met lekker eten en drinken. We zijn allemaal een beetje Bourgondiër, niet waar?

Als schepen van deze stad ben ik zo mogelijk nog enthousiaster: onze Grote Markt en andere pleinen met terrasjesweer zonder terrassen bieden een trieste aanblik. Eens te meer is duidelijk geworden hoe belangrijk horecazaken zijn voor de beleving in onze stad en voor de klandizie van andere winkels. Vanaf 1 mei kan Aalst weer bruisen.

Dat Horeca Vlaanderen 1 mei als ‘Dag van de Horeca’ wil uitroepen, lijkt mij dan ook niet meer dan normaal. Ik viel dan ook van mijn stoel toen de socialistische vakbond ABVV er als de kippen bij was dat men hun Dag van de Arbeid niet zou laten ‘kapen’.

Volgens Van Daele betekent ‘kapen’ “zich (met geweld) meester maken van een vervoermiddel en de inzittenden in gijzeling nemen”. Waarom een dergelijk vijandig taalgebruik hanteren voor zo’n positief nieuws: mijn verstand kan er niet bij. Begin 2020 waren er in totaal 135.285 mensen actief in de horecasector. Dat betekent: 135.285 mensen die hun job niet mochten uitoefenen en geen normaal loon verkregen. Men zou verwachten dat een vakbond – een instelling die erop gericht is de rechten van werknemers te beschermen – net verheugd zou zijn dat zoveel mensen opnieuw aan de slag kunnen. Een ideale manier om de Dag van de Arbeid nog wat meer in de verf te zetten? Niet dus. Denkt de vakbond nu écht dat horecapersoneel in deze tijden wacht op de Dag van de Arbeid, een dag waarop niet gewerkt wordt, als ze eindelijk terug aan de slag kunnen?

Het is een nieuwe stap in een vaststelling die maatschappelijk meer en meer ingang vindt: de vakbonden zijn niet mee geëvolueerd met hun tijd. Ze vinden hun oorsprong in de Industriële Revolutie en hebben hun nut bewezen ten tijde van onze Priester Daens. Er mag gerust gezegd worden dat het sterke sociale vangnet dat we in België kennen er mede dankzij de vakbonden is gekomen.

Vandaag stel ik mij echter steeds meer vragen bij de meerwaarde van deze instellingen uit de 19de eeuw. Mensen van mijn generatie kennen vakbonden tegenwoordig enkel als organisaties die staken en het daarbij niet laten om zoveel mogelijk mensen te treffen. Dat gebeurt bijvoorbeeld vaak bij het openbaar vervoer.

Ook vandaag zijn de punten waarvoor de vakbonden strijden op zijn minst wereldvreemd te noemen. In een context van historisch economische tegenslag vanwege corona vechten bedrijven voor hun overleven. Toch pleiten vakbonden voor grotere loonsverhogingen in het overleg van de Groep van Tien dan de marges die de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven heeft berekend. Met welk geld? Beseffen de vakbonden dan niet dat het geen goed idee is om bedrijven in deze tijden met extra kosten op te zadelen? Men dreigt ondernemingen net dat laatste duwtje te geven richting faillissement, met het ontslag van hun werknemers als gevolg. Een betere oplossing zou zijn om arbeid minder te belasten om de concurrentiepositie van onze bedrijven t.o.v. het buitenland niet verder te verslechteren. De eenzijdige focus van vakbonden op hogere brutolonen lijkt op tunnelvisie.

Het blijft een vreemde constructie in dit land dat een vakbond, die de rechten en belangen van werknemers moet verdedigen, van onze overheid geld krijgt om werkloosheidsuitkeringen uit te betalen. Een vakbond verkrijgt dus meer inkomsten naarmate er meer werklozen zijn. Dit conflicteert uiteraard met de doelstelling om mensen maximaal aan het werk te helpen.

De standpunten van de vakbonden zijn geworteld in de strijd die ze moesten voeren in de 19de eeuw. Men dient echter te beseffen dat in de 21ste eeuw, en zeker ten tijde van corona, bedrijven niet de vijand zijn. Zonder bedrijven geen tewerkstelling en zonder tewerkstelling geen maatschappelijke welvaart om een sociale zekerheid op uit te bouwen. Dit uitgebreid vangnet kan enkel blijven bestaan als zoveel mogelijk mensen aan de slag zijn.

Ik wil de vakbonden dan ook oproepen te stoppen met deze archaïsche vijandigheid. De vakbonden moeten in de spiegel durven kijken en zich de vraag stellen welke meerwaarde ze vandaag kunnen bieden. De opening van de horeca is alleen maar positief voor onze samenleving: opnieuw wat meer vrijheid, opnieuw wat meer genieten van het leven, opnieuw wat meer mensen aan de slag om onze maatschappelijke welvaart te behouden. Laat 1 mei, na 194 dagen inactiviteit voor al het horecapersoneel, voor één keer de Dag van eindelijk terug Arbeid zijn.

#eindelijkhoreca #noodaanvernieuwing